donderdag, juni 01, 2006
Noordrijn-Westfalen wil af van hoofddoek
De Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen verbiedt leraressen op school een hoofddoek te dragen. Dat besloot het parlement in Düsseldorf deze week.
door Rob Savelberg
BERLIJN - Islamitische leraressen mogen geen hoofddoekjes meer dragen op openbare scholen in Noordrijn-Westfalen (NRW), de Duitse deelstaat die aan Nederland grenst. Dit besloot de Landdag in Düsseldorf deze week.
Het wetsvoorstel over het hoofddoekverbod wordt gesteund door de regerende coalitie van de christen-democratische CDU en de liberale FDP. De woordvoerder van de CDU-fractie, Ilka Keller, zei dat de nieuwe wet de scheiding tussen kerk en staat zal respecteren. Voor de FDP is de hoofddoek ,,een wereldwijd bekend symbool van islamitisch fanatisme".
De oppositiepartijen SPD en de Groenen waren strikt tegen het verbod op hoofddoekjes. De sociaal-democraat Thomas Statko wees er tijdens het parlementaire debat in Düsseldorf op dat slechts twintig op 100.000 leraressen een hoofddoek droegen.
In de tekst van de wet wordt het hoofddoekje overigens niet genoemd. Het gaat erom dat leraressen aan openbare scholen politieke of religieuze symbolen achterwege moeten laten. Dit zou namelijk de neutraliteit van de deelstaat tegenover de scholieren in het geding brengen of de schoolvrede kunnen verstoren.
Volgens de nieuwe wet mogen docenten met hun gedrag en hun uiterlijk niet de indruk wekken dat zij tegen de menselijke waardigheid, de gelijkheid van mensen of tegen de Duitse grondwet zijn. Overigens blijven het christelijke kruis, nonnengewaden en het dragen van het joodse keppeltje wel toegestaan. In de letterlijke tekst van de wet staat dat christelijke en joodse symbolen of kledingstukken uitdrukkelijk niet tot het verbod worden gerekend.
De centrale raad van moslims in Duitsland bestempelde het verbod als discriminatie. Een woordvoerder nam zelf het in Duitsland gevoelige begrip ,,beroepsverbod" in de mond. Ook meent de moslimorganisatie dat het hoofddoekverbod niet conform de Duitse grondwet is.
Enkele jaren geleden zorgde de islamitische lerares Fereshta Ludin uit de Zuid-Duitse deelstaat Baden-Württemberg voor veel discussie in Duitsland. Ludin wilde niet accepteren dat ze vanwege het dragen van een hoofddoek niet voor de klas mocht staan. Tegen deze beslissing heeft ze jarenlang geprocedeerd.
Haar werkgever beargumenteerde dat de christelijke beschaving in Baden-Württemberg een bijzondere rol in de maatschappij speelt. Het dragen van een hoofddoek betekende voor de schoolleiding niet alleen een religieus maar ook een politiek symbool. Daardoor kon de school haar neutraliteit niet meer waarborgen.
Haar zaak werd in 2003 ook door het Constitutioneel Hof in Karlsruhe nietig verklaard. De hoogste Duitse rechters verklaarden echter wel dat het verbod op hoofddoekjes een wettelijke basis in de deelstaten moet hebben. Artikel 33 van de grondwet eist dat alle geloofsrichtingen in de Bondsrepubliek gelijk worden behandeld.
In 1995 dwong het Constitutionele Hof de deelstaatregering van de Beierse CSU om het christelijke kruis, dat in elke klas hing, uit de scholen te halen. Antroposofische ouders van drie kinderen hadden geklaagd dat hun kinderen niet meer neutraal op openbare scholen werden opgevoed. Het vierde artikel van de grondwet over de geloofsvrijheid zou in het geding zijn.
Noordrijn-Westfalen, qua omvang met achttien miljoen inwoners het grootste bondsland, is de achtste deelstaat in Duitsland die leraressen op scholen het dragen van hoofddoekjes verbiedt. NRW kwam vorige maand ook in het nieuws omdat twee achttienjarige scholieren een burka droegen op de Bertolt Brecht-school in Bonn.
Nadat ze beide werden geschorst, nam een scholier weer in haar normale kloffie in schoolbanken plaats. Het andere meisje verliet prompt de school. ,,Ik vind het jammer dat ze toch haar burka blijft dragen. Daardoor laat ze zien dat ze de integratie in onze maatschappij van de hand wijst en ook haar eigen toekomst in gevaar brengt", verklaarde CDU-politicus Hans-Peter Lindlar.
door Rob Savelberg
BERLIJN - Islamitische leraressen mogen geen hoofddoekjes meer dragen op openbare scholen in Noordrijn-Westfalen (NRW), de Duitse deelstaat die aan Nederland grenst. Dit besloot de Landdag in Düsseldorf deze week.
Het wetsvoorstel over het hoofddoekverbod wordt gesteund door de regerende coalitie van de christen-democratische CDU en de liberale FDP. De woordvoerder van de CDU-fractie, Ilka Keller, zei dat de nieuwe wet de scheiding tussen kerk en staat zal respecteren. Voor de FDP is de hoofddoek ,,een wereldwijd bekend symbool van islamitisch fanatisme".
De oppositiepartijen SPD en de Groenen waren strikt tegen het verbod op hoofddoekjes. De sociaal-democraat Thomas Statko wees er tijdens het parlementaire debat in Düsseldorf op dat slechts twintig op 100.000 leraressen een hoofddoek droegen.
In de tekst van de wet wordt het hoofddoekje overigens niet genoemd. Het gaat erom dat leraressen aan openbare scholen politieke of religieuze symbolen achterwege moeten laten. Dit zou namelijk de neutraliteit van de deelstaat tegenover de scholieren in het geding brengen of de schoolvrede kunnen verstoren.
Volgens de nieuwe wet mogen docenten met hun gedrag en hun uiterlijk niet de indruk wekken dat zij tegen de menselijke waardigheid, de gelijkheid van mensen of tegen de Duitse grondwet zijn. Overigens blijven het christelijke kruis, nonnengewaden en het dragen van het joodse keppeltje wel toegestaan. In de letterlijke tekst van de wet staat dat christelijke en joodse symbolen of kledingstukken uitdrukkelijk niet tot het verbod worden gerekend.
De centrale raad van moslims in Duitsland bestempelde het verbod als discriminatie. Een woordvoerder nam zelf het in Duitsland gevoelige begrip ,,beroepsverbod" in de mond. Ook meent de moslimorganisatie dat het hoofddoekverbod niet conform de Duitse grondwet is.
Enkele jaren geleden zorgde de islamitische lerares Fereshta Ludin uit de Zuid-Duitse deelstaat Baden-Württemberg voor veel discussie in Duitsland. Ludin wilde niet accepteren dat ze vanwege het dragen van een hoofddoek niet voor de klas mocht staan. Tegen deze beslissing heeft ze jarenlang geprocedeerd.
Haar werkgever beargumenteerde dat de christelijke beschaving in Baden-Württemberg een bijzondere rol in de maatschappij speelt. Het dragen van een hoofddoek betekende voor de schoolleiding niet alleen een religieus maar ook een politiek symbool. Daardoor kon de school haar neutraliteit niet meer waarborgen.
Haar zaak werd in 2003 ook door het Constitutioneel Hof in Karlsruhe nietig verklaard. De hoogste Duitse rechters verklaarden echter wel dat het verbod op hoofddoekjes een wettelijke basis in de deelstaten moet hebben. Artikel 33 van de grondwet eist dat alle geloofsrichtingen in de Bondsrepubliek gelijk worden behandeld.
In 1995 dwong het Constitutionele Hof de deelstaatregering van de Beierse CSU om het christelijke kruis, dat in elke klas hing, uit de scholen te halen. Antroposofische ouders van drie kinderen hadden geklaagd dat hun kinderen niet meer neutraal op openbare scholen werden opgevoed. Het vierde artikel van de grondwet over de geloofsvrijheid zou in het geding zijn.
Noordrijn-Westfalen, qua omvang met achttien miljoen inwoners het grootste bondsland, is de achtste deelstaat in Duitsland die leraressen op scholen het dragen van hoofddoekjes verbiedt. NRW kwam vorige maand ook in het nieuws omdat twee achttienjarige scholieren een burka droegen op de Bertolt Brecht-school in Bonn.
Nadat ze beide werden geschorst, nam een scholier weer in haar normale kloffie in schoolbanken plaats. Het andere meisje verliet prompt de school. ,,Ik vind het jammer dat ze toch haar burka blijft dragen. Daardoor laat ze zien dat ze de integratie in onze maatschappij van de hand wijst en ook haar eigen toekomst in gevaar brengt", verklaarde CDU-politicus Hans-Peter Lindlar.

